Dalton onderwijs
Op 14 oktober 1994 is ons de officiële status voor het geven van Daltononderwijs verleend door de Nederlandse Vereniging van Daltononderwijs.
Wij vinden het heel belangrijk dat het leven van het kind in school moet aansluiten bij zijn / haar leven buiten de school. In het dagelijkse leven wordt een kind aanvaard als een jongmens dat met vallen en opstaan moet leren zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag. Hulp van volwassenen en andere kinderen is daarbij voor elk kind van essentieel belang. Wij verwerpen op school het van uur tot uur strak gereglementeerde schoolse onderwijs, dat het kind geen gelegenheid biedt ook kind te mogen zijn op school.
Basisprincipes.
Onze school werkt volgens de 3 basisprincipes van het Daltononderwijs.
De basisprincipes zijn:
- keuze vrijheid
- zelfwerkzaamheid
- samenwerking
Een belangrijk middel om aan deze uitgangspunten gestalte te geven is de “taak”. De leerlingen vanaf groep 1 krijgen een halve dag / dag / halve week / hele weektaak.
Ad 1. Keuzevrijheid
Vrijheid betekent niet dat het kind kan doen wat het wil, maar gaat steeds gepaard met een groot verantwoordelijkheidsbesef. De kleuter en de 12 jarige zullen ieder op hun eigen manier in verschillende mate die vrijheid moeten ervaren. Zij hebben ruimte nodig om zich te kunnen ontplooien. Niet alle kinderen kunnen dezelfde vrijheid aan en zullen dus niet in gelijke mate zelfstandig kunnen functioneren. Vandaar dat je als leerkracht de kinderen goed individueel moet kennen en begeleiden. Tijdens de taakuren kan de leerling zelf bepalen wanneer, hoe en hoeveel tijd hij / zij aan de uitwerking van zijn taak werkt. Maar er is een afspraak: de taak die het kind krijgt moet wel af. De (hoeveelheid) leerstof wordt bij het kind aangepast.
Ad 2. Zelfwerkzaamheid
Het zelfontdekkend bezig zijn van kinderen willen wij stimuleren. De verworvenheden vanuit het kleuteronderwijs moeten in de andere groepen niet verloren gaan. Zelfstandigheid komt voor binnen alle vakgebieden op onze school. Het materiaal staat uitnodigend in open kasten. De leerlingen worden er op deze manier actief bij betrokken. Het materiaal is zoveel mogelijk zelf corrigerend. De groepsinstructies leiden vaak vanuit een probleemstelling de nieuwe leerstof in, die tijdens de taakuren zelf opgelost kunnen worden. Wanneer een leerling de opdrachten niet zelfstandig uit kan voeren kan hij hulp aan een andere leerling vragen. Het van elkaar leren is van groot belang. De zelfstandigheid wordt hierdoor bevorderd. De leerkracht heeft hierbij een stimulerende, corrigerende en begeleidende taak.
Ad 3. Samenwerking
De leerlingen vullen elkaar aan, helpen elkaar op basis van sterke en zwakke punten. Samenwerking schept tussen leerlingen onderling en tussen leerkracht en leerling een band. Samen overleggen en elkaar suggesties geven is van groot belang. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen ten opzichte van elkaar meelevend, belangstellend en verdraagzaam zijn.