Samenwerkingsschool Oostermoer

school voor Daltononderwijs

Groep 3

We gebruiken bij groep 3 het circuitmodel, waarbij we 3 vormen hanteren:

  •          1e halfjaar ( aug. – jan.)

We  gebruiken  een taakbord, waarop de kinderen, per dag afhangen ( met de dagkleur), welke taak ze gedaan hebben.

De kinderen schuiven om het half uur door naar de volgende activiteit.

De keuze is vrij met welke activiteit ze willen beginnen.  Alleen Juf bepaalt welke kinderen beginnen met de eerste 3 rondes voor de activiteit lezen, zodat je goed in kunt oefenen met lezen. Iedere dag start er een andere groep met lezen.

Samenwerken aan het taakwerk.

We  gebruiken een keuzebord, waarop de kinderen op maandag  plannen (voor de maandag, dinsdag, woensdag of donderdag) op welke dag ze een intelligentie uit de kieskast  kiezen. (activiteit keuze )

  •          2e halfjaar ( jan. – mei)

Er wordt gewerkt met een taakbrief.

De kinderen schuiven om het half uur door naar de volgende activiteit.

De kinderen plannen met hun maatje op maandag,  op welke dag ze een intelligentie uit de kieskast  kiezen. (activiteit keuze )  Ze  plannen voor de maandag, dinsdag, woensdag, donderdag.

  •          2e halfjaar ( mei – juli )

Er wordt gewerkt met een taakbrief

De kinderen mogen met hun maatje op een zelfgekozen plek de volgorde van de activiteiten plannen en maken. ( er wordt niet meer doorgeschoven) .

Wat houdt dit in voor het  1e halfjaar:   ( aug. – jan. )

  •      Er zijn 3,4, of 5 activiteiten per dag /dagdeel.
  •      De activiteiten zijn:

  Maandag      : lezen, rekenen, schrijven/spelling, kieskast, computer  (lezen )

  Dinsdag        : lezen, rekenen, schrijven/spelling, kieskast, computer  ( lezen )

  Woensdag    : lezen, rekenen, schrijven/spelling, kieskast

  Donderdag   : lezen, rekenen, schrijven/spelling, kieskast, computer  (rekenen )

  Vrijdag          : lezen, rekenen, schrijven/spelling

                              Dit cijfer is hetzelfde als zóveel vingers: een handelingswijzer om zelfstandiger te kunnen werken.

 

  •          Deze activiteiten ( groepsinstructie, de start van de ochtend ) worden tegelijk aangeboden,  zodat de kinderen kunnen kiezen waarmee ze willen beginnen. De groepsinstructies  vinden in de kring plaats.

  •          Groepsinstructies zijn van 8.30u. – 9.00u. (elke dag)  Op  dinsdag en donderdag van                   13.15 – 13.30u. 

  •          Bij de activiteit lezen bepaalt de leerkracht wie er de eerste 3 rondes  komen.

  •          Na elke ronde schuiven de kinderen, met hun vaste weekmaatje, door naar de  volgende  activiteit. 

  •          Bij elke activiteit zitten 4 – 6 kinderen.

  •          In het lokaal staan tafelgroepen waar  de activiteiten  plaatsvinden. Er is een vaste lees-, reken-, schrijven/spelling-  en keuzegroep. De kinderen hebben dus geen vaste  plaats.

  •          Er  zijn 4 computers in de klas.  Wordt er doorgeschoven in groepen van 6 personen, dan wordt er d.m.v.  een  time-timer  door twee maatjesgroepen, het half uur gedeeld, zodat deze tafelgroep aan de computer heeft  gewerkt. ( de kinderen moeten hier samen een afspraak over maken. Ben je niet aan de beurt bij de computer, dan maak je het werk af of kiest uit de afkast.)

  •          Elke activiteit duurt  30 minuten ( 10 minuten verlengde instructie / taaktijd + 20 minuten taaktijd. De activiteit die de kinderen af hebben in de circuitronde,  wordt afgehangen op het takenbord.(met de dagkleur).  Horizontaal = de taak af  en verticaal = de taak nog niet af)

  •          De duur van de ronden wordt aangegeven door een kleurenklok.

    In oranje tijd mag je aan je taak werken. Je mag elkaar helpen, maar juf is bezig andere kinderen te helpen.

    Groen (10 min. ) = verlengde instructie, je mag bij de leerkracht komen om extra uitleg. De leerkracht kan ook uitnodigen. Deze tijd kan ook gebruikt worden als extra groepsinstructie.

Oranje  ( 20 min. ) = zelfstandig werken, alleen of met je maatje  samenwerken met je fluisterstem. Ook mag je iemand anders vragen om hulp, als je er met je maatje niet uitkomt. De leerkracht mag niet gestoord worden. De leerkracht kan kinderen uitnodigen voor extra hulp.

 

  •          Verlengde instructie  =  kinderen die vragen hebben  kunnen bij de leerkracht aan de instructietafel komen.

                   Aan de instructietafel geeft juf extra uitleg.          

De leerkracht nodigt zelf kinderen uit.

De leerkracht kan deze tijd gebruiken als extra groepsinstructie.

  • Is het kind met zijn taak binnen de tijd klaar, dan kiest het iets uit de afkast.  (extra oefenstof)                            

  • De activiteit die de kinderen af hebben in de circuitronde,  wordt afgehangen op het takenbord. (met de dagkleur) Horizontaal = de taak af en verticaal = de taak nog niet af)

  • De duur van de ronden wordt aangegeven door een kleurenklok.

    
Persoonlijk bakje:

De kinderen hebben een persoonlijk bakje in de kast, waar ze het werk in leggen dat ze niet af hebben  kunnen krijgen tijdens het circuit.           

 

De kieskast:

De kieskast is een onderdeel van de 5 activiteiten.

Hiervoor wordt een apart takenbord gebruikt.

Er wordt gewerkt vanuit de meervoudige intelligenties.

In deze kieskast werken we met 6 intelligenties:

Woordslim – rekenslim – natuurslim – ruimtelijk slim - samen slim – persoonlijk slim.

In de kieskast zijn 4 planken waarop 2 activiteiten per intelligentie op 1 plank liggen.

Op de maandag plant het kind  met zijn maatje de vier verschillende intelligenties voor de maandag, dinsdag, woensdag en donderdag, zodat ze in vier dagen alle intelligenties hebben gehad.

De keuze wordt per dag afgehangen op het keuzebord met de dagkleur.

  •  Het  2e halfjaar: ( jan. – mei )

Er wordt nu gewerkt met een taakbrief, waarop ze de kieskast op maandag plannen. (kleuren met de dagkleur ) Ze schrijven zelf op wat ze gekozen hebben.

Iedereen mag nu bepalen met welke activiteit hij/zij wil beginnen.

Er wordt nog steeds om de 30 min. doorgeschoven naar de volgende activiteit.

Als je naar het toilet gaat, draai je het kaartje op rood.

Vanaf mei – juli :

  •          De kinderen moeten aan het begin van de ochtend met hun maatje de volgorde van de activiteiten  plannen ( dagtaak ),  de volgorde van de activiteiten geven ze op de taakbrief aan d.m.v. cijfers, 1, 2, 3, enz.

  •          Er mag doorgewerkt worden (niet meer wisselen om het half uur ).

  •          De kinderen blijven zitten op de plek waar ze zijn begonnen met hun eerste activiteit. Ze halen nu steeds hun werk op van de lees -,  reken -,  schrijf-/spellingtafel.  Het werk voor de  keuze maken de kinderen aan de keuzetafel.                                                       

  •          Wanneer de dagtaak af is, mag er uit de afkast gekozen worden, die nu ook uitgebreid is met kieskaarten waarvan het uitvoeren van de opdracht langer dan een half uur kan duren.  Ook hebben de kinderen de mogelijkheid om de kaart: eigen keuze te kiezen.   

Je werkt samen met je maatje.

Als het werk af is, leg je het in de kast.

Maatjesleren  tijdens het circuitmodel

In groep 3 wordt er gewerkt met een vast maatje per week.

Elke week krijgen de kinderen een ander maatje.

Waarom ?

  •          Het verhoogt het samenwerken, veel mogelijkheden tot overleg.

  •          Het verhoogt het zelfvertrouwen bij het kind, je mag altijd aan je maatje vragen.

  •          Kinderen voelen zich samen zekerder om een taak aan te gaan.

  •          Je leert elkaar beter kennen.

  •          Je leert van elkaars sterke en zwakkere kanten.

  •          Je moet rekening houden met elkaar.

  •          Je ervaart dat niet iedereen gelijk is.


Naast het circuitmodel wordt er  (’s middags ) ook gewerkt aan klassikale  activiteiten.