Groep 3 en 4

De kinderen leren lezen  met  de methode “Veilig leren lezen”. Daarin krijgen de kinderen moet- en keuzetaken, die zichtbaar zijn op het takenbord. Na een groepsinstructie gaan de kinderen zelfstandig of met een maatje aan het werk. De leerkracht geeft extra leesoefening in kleine groepjes. Eind december zijn alle letters aangeboden. Wat er die dag nog meer op het rooster staat, is voor de kinderen te zien op de dagritmekaarten.

De schrijflessen doen de kinderen klassikaal. Er wordt goed op de schrijfhouding en pen-greep gelet. Vanaf de eerste letter die aangeboden wordt, gaan we de letter in schrijfschrift schrijven ( verbonden schrift )

De kinderen leren rekenen met de methode “Rekenrijk”. Kinderen die meer kunnen, krijgen verrijkingsstof. Kinderen die het moeilijk vinden, krijgen een verlengde instructie en gaan de sommen extra inoefenen.

Hoe pak ik het aan? Hiervoor is er een handelingswijzer.

Er worden lessen gegeven op het gebied van sociale wereldoriëntatie. Kinderen die godsdienstlessen krijgen, gaan dan naar de godsdienstjuf .Ook worden lessen gegeven uit de methode “de Vreedzame school”. Kinderen leren met anderen omgaan en zelf conflicten oplossen.

 

In de klas hangen handelingswijzers, die de kinderen helpen met het maken van de taak.

 

 

Verlengde instructie

De leerkracht kan ook kinderen of groepjes uitnodigen voor een verlengde instructie.Het stoplicht maakt de kinderen duidelijk, wanneer ze de leerkracht kunnen vragen. Wanneer de leerkracht bezig is met een kleine instructiegroep, staat het stoplicht op oranje en kan het kind zijn maatje vragen of een ander kind uit de groep.

Persoonlijk bakje:

De kinderen hebben een persoonlijk bakje in de kast, waar ze het werk in leggen dat ze niet af hebben.

Het taak-planbord:

De kinderen werken het hele jaar met een taak- planbord

Maatjesleren

In groep 3 en 4 wordt er gewerkt met een vast maatje per week. Elke week krijgen de kinderen een ander maatje.

Waarom ?

Als het werk af is, leg je het in de nakijkkast.
  • Het verhoogt het samenwerken, veel mogelijkheden tot overleg.
  • Het verhoogt het zelfvertrouwen bij het kind, je mag altijd aan je maatje vragen.
  • Kinderen voelen zich samen zekerder om een taak aan te gaan.
  • Je leert elkaar beter kennen.
  • Je leert van elkaars sterke en zwakkere kanten.
  • Je moet rekening houden met elkaar.
  • Je ervaart dat niet iedereen gelijk is.